Slapen in de jungle van Taman Negara

Slapen in de jungle van Taman Negara

In alle vroegte worden we gewekt door de Moskee die vlak naast ons hostel staat. Gelukkig kunnen we ons daarna nog even omdraaien. We kunnen zowaar eens rustig aan doen. Op ons gemakje zoeken we de spullen uit die we mee willen nemen op onze driedaagse trektocht door de jungle van Taman Negara. Dat betekent dus niet te veel meenemen, alles moet ik op me rug dragen. Mijn tas wordt voller en voller. Uiteindelijk prop ik er ook mijn boek nog in, twee dagen zonder een boek klinkt als een eeuwigheid.

Slapen in de jungle van Taman Negara
Op de boot naar het beginpunt

Als we klaar zijn, laten we de tassen achter in Tahan Guesthouse en boeken we meteen een kamer voor als we weer terug zijn. Dan is het tijd voor het ontbijt in het restaurant van Han Travel, waar we de trektocht geboekt hebben. Samen met Jaap en mijn moeder lopen we de heuvel af naar de rivier. Dit gaat een stuk makkelijk dan de heenweg toen we onze grote rugtassen mee moest sjouwen. Het is al een drukte van belang in het restaurant. Dus wachten we geduldig op ons eten. Na het ontbijt krijgen we allemaal een slaapzak en een matje. Het is nog een hele kunst om die op de kleine rugzakken te binden, maar met een beetje creativiteit lukt het. Daarnaast moeten we in onze best wel volle tassen ook nog een plekje zien te vinden voor een bord, bestek en een beker. En niet te vergeten een aantal 1,5 liter flessen water. Uiteindelijk is alles ingepakt en zijn we klaar om te vertrekken. Ook onze gids Kamil is er klaar voor. Zijn tas puilt uit met het eten voor de trip.

Slapen in de jungle van Taman Negara
Nog even wat invullen

Een voor een stappen we in de longtailboot, de tassen leggen we op de punt van de boot. Dan kunnen we vertrekken. De boot is zo lek als een mandje en Kamil is druk aan het hozen. De pomp die ze er normaal voor gebruiken is niet sterk genoeg. Ik laat de lekke boot maar voor wat het is en kijk eens om me heen. De boot vaart door een oase van groen, alle tinten en meer komen voorbij. Het is een lust voor het oog. De rivier is breed en heerlijk rustig. Af en toe passeren we een kleine stroomversnelling of zien we mensen langs de oever voorbijkomen. Na een uurtje is het alweer tijd om te eten en krijgen we een lunchpakket van Kamil: fried rice. Een standaardlunch, maar op de een of andere manier smaakt het altijd geweldig als je ver weg van de bewoonde wereld bent. Niet veel later komen we aan bij het hoofdkwartier van Taman Negara. We moeten een stukje omhoogklimmen langs een pad en komen dan aan bij een verlaten lodge. Overal hangen spinnenwebben en ook de natuur doet zijn best om de lodge te overwoekeren. Hier moeten we opgeven hoeveel plastic flessen en kleding we mee de jungle innemen. Het is een goed idee, alleen dan moeten ze ons wel controleren als we de jungle weer uitkomen …

Tijd om de jungle in te gaan. We laten de lodge achter ons en trekken steeds dieper de jungle in. Achter elkaar lopen we over het smalle pad. Kamil stopt vaak om iets te vertellen over de planten die we onderweg tegenkomen. We komen veel lianen tegen en takken met stekels.  Ook vertelt hij over de Orang Asli, die hier in de jungle leven. Zij gebruiken veel planten en bomen. Zoals bijvoorbeeld de Ipoh-tree, hier maken ze gif van om te kunnen jagen. Verder gebruiken ze bomen (rotan) om meubels en boten te maken. Kamil laat ons ook een aantal paddenstoelen en vruchten proeven. Heel lekker is het niet, het smaakt allemaal bitter. Helaas zien we niet veel dieren, behalve grote mieren, hooiwagens en kevers. Ook zien we een bloedzuiger op de grond. Gelukkig blijft het er bij een.

Slapen in de jungle van Taman Negara
We hebben er zin in

Het is een tocht van nog geen 4 km naar de eerste grot, maar toch doen we er ruim 3,5 uur over. Het is klauteren over boomstammen, heuvel op en heuvel af en oppassen dat we niet over de vele boomwortels op het pad struikelen. Het is ook nog eens erg warm en vochtig, dus we zweten peentjes. Eenmaal aangekomen bij de eerste grot, Gua Luas, klimmen we met behulp van een touw langs de steile wand de grot in. De rots is behoorlijk glibberig en dat maakt de klim naar boven erg lastig. Gelukkig is het maar een kort stukje. Als we boven zijn, horen we meteen aan het gepiep wat de bewoners zijn: vleermuizen. Op de grond lopen allemaal kevers en andere insecten, ook ruikt het niet bepaald fris met. Via hetzelfde glibberige stukje, lukt het ons om weer naar de beneden te gaan. Vlakbij de grot is een kleine beek waar we even onze handen kunnen wassen. In de jungle is het onmogelijk om schoon te blijven en dat maakt allemaal niet uit, het hoort er bij, maar het is toch wel even lekker om de modder van je handen te kunnen spoelen.


Dan beginnen we aan de laatste kilometers van vandaag. Het is wel te merken dat we al wat uurtjes onderweg zijn, de vermoeidheid slaat toe. Ik struikel over een draad met doornen. Hoppa: meteen een aantal doornen in mijn been. Als ze eruit zijn, krijg ik van Kamil een of ander vaag zalfje om op mijn wondjes te smeren. Dan kunnen we weer verder. Het is nog een stukje naar de grot waar we vanavond gaan slapen. Langzaam maar zeker wordt het steeds donkerder om ons heen. We ploeteren verder door de jungle, gelukkig is dit stuk wel wat makkelijker dan het eerste stuk. Het pad gaat minder vaak omhoog en omlaag.

Pas om 19.00 komen we aan bij de grot, Gua Kepayang. Het is een grote en vooral ruime grot waar we via een soort ‘raam’, eigenlijk een heel grote spleet, naar buiten kunnen kijken. Nog heel even kunnen we het groen van de jungle onderscheiden voor het een groot zwart gat wordt. We zoeken een plekje om te slapen, rollen ons matje uit en maken alvast ons bed klaar. Het is wel even wennen om in de donkere grot te zitten, maar met onze hoofdlampjes kunnen we toch wat zien. Kamil is ondertussen al druk aan het koken geslagen. Wij liggen met zijn vieren op een rij om even bij te komen van de tocht door de jungle. Het was een pittige wandeling, maar wel fantastisch. De jungle heeft altijd iets magisch, het is zo’n andere wereld.

Kamil schotelt ons een feestmaal voor van groentesoep en chickencurry. Dat gaat er goed in na de lange wandeling. We picknicken met zijn allen op de grond en eten bij kaarslicht. Na het eten maakt Kamil thee van een of andere plant: tokat ali. Ik kan niet zeggen dat het heel lekker is, ook dit smaakt weer erg bitter. Volgens Kamil krijg je veel energie van deze plant en dat is iets wat we morgen goed kunnen gebruiken!

Na het eten duiken we onze slaapzakken in. Van buiten komt het geluid van regen. Op de harde grond lig ik even te luisteren, voor ik nog even mijn boek pak om wat te lezen. Al snel vallen mijn ogen dicht; tijd om te slapen. Midden in de nacht word ik wakker. Mijn moeder licht lekker te draaien. Het is donker om ons heen. Kamil zou het kampvuur aanhouden om de olifanten uit de buurt te houden, die wel eens in de grot komen. Het kampvuur is nu bijna uit en geeft nog maar weinig licht. Zo in het donker ziet alles er toch anders uit. Dus ik sta op en maak Kamil wakker met de vraag of hij het vuur weer wil aanwakkeren. Ik heb als stadmeisje daar een stuk minder kaas van gegeten dan hij. Kamil zorgt er weer voor dat het vuur oplaait. Zo kan er weer met een gerust hart geslapen worden. Het is alleen wel jammer dat de grot ervoor zorgt dat het gesnurk harder klinkt dan normaal. In de grot is het ook broeierig. Op de harde grond lig ik te luisteren naar de geluiden om me heen. Ik hoor nog een beetje regen van buiten komen, vleermuizen piepen soms en af en toe valt er ergens in de grot een regendruppel naar beneden. Het zijn vreemde geluiden om ’s nachts te horen als je in je bed ligt. Maar het maakt het ook bijzonder om in een grot te slapen. Hier lig ik dan ergens in de jungle van Taman Negara op een dun matje in een grot. Dat doe ik niet elke dag!

We slapen zowaar een beetje uit. Vanuit het ‘raam’ zien we het groen van de jungle weer. Langzaam komen we in beweging en ruimen we de spullen weer op. Ik loop op mijn slippers naar buiten om bij de rivier mijn tanden te poetsen. Als ik terugkom in de grot, blijkt er een bloedzuiger op mijn voet te zitten. Ik voel er helemaal niets van en Kamil heeft hem in een oogwenk van mijn voet gehaald. Pffff. Tijd voor het ontbijt. Kamil is druk bezig geweest en heeft scrambled eggs gemaakt met brood, tonijn en jam. Tijdens het ontbijt begint het alweer te regenen. Gelukkig niet zo hard als gisteren.

We proppen de laatste spullen in de tas, regenhoezen erover en we kunnen op pad. Kamil laat ons eerst nog wat van de grot zien: sporen van olifanten, grote pootafdrukken in de modder, en de vleermuizen die we ’s nachts hoorden piepen. Ook ligt er ergens een vel van een slang. Volgens Kamil woont er een King Cobra in de grot. Wat ben ik blij dat ik dat gisteravond niet wist! Dan is het tijd om aan de tocht naar de volgende slaapplek te beginnen. Door de regen is het pad modderig en glibberig, maar ook zijn bloedzuigers in grote getalen tevoorschijn gekomen. Na een paar stappen, moeten we stoppen om die krengen van onze schoenen of te halen. De tocht is een strijd tegen de bloedzuigers en veel van de jungle om ons heen krijg ik niet mee. Ik ben voornamelijk bezig met wat er op mijn schoenen zit en vooral wat ik er niet op wil hebben. Het duurt niet lang of we hebben allemaal wel een of meerde bloedvlekjes op onze benen van de doorgebroken bloedzuigers.

Net als gisteren moeten we steeds over bomen klimmen. We steken riviertjes over met behulp van dunne balken of lopen over smalle paden door bladeren heen. Ook hier is de kans aanwezig dat er een bloedzuiger op je terecht komt. Modder is er ook genoeg. Her en daar liggen planken en balken zodat je een poging kan doen om met schone schoenen verder te lopen. Vaak lukt het, maar niet altijd. Dan glijdt je voet zo de modder in. Het is wandelen, stilstaan, controleren op bloedzuigers en weer door. Na een uurtje houden we pauze op een grote boomstam. Hier kunnen we even genieten van een wereld zonder bloedzuigers. Die krengen zijn onschuldig en je voelt er verder niets van, maar om ze nu vrij baan te geven … Ik zit er niet op te wachten om eten te worden voor tientallen bloedzuigers. Er zijn er echt heel veel!

Slapen in de jungle van Taman Negara
De lokale bevolking

Eamon heeft het briljante idee om tijgerbalsem op onze schoenen en sokken te smeren in de hoop die bloedzuigers zo af te schrikken. Vol goede moed gaan we weer verder, maar helaas. Het lijkt wel of er nog meer van die krengen op ons afkomen. De truc is om gewoon door te lopen, aan alle kanten zie je van die wormpjes de lucht in steken. Zodra je stil gaat staan, beginnen ze te bewegen en komen ze meteen op je afgekropen. En dat gaat verrassend snel. We besluiten om te wachten met de lunch tot we in de hut zijn. Stoppen zien we niet zitten.  

Eindelijk zijn we na 3,5 uur bij de hut. Het is een grote hut op palen met een raam dat uitkijkt over de jungle. Kamil loopt alvast verder naar de rivier om onze lunch te maken. Wij klimmen de hoge trap op naar de hut. We checken onze schoenen en kleding op bloedzuigers en vinden er gelukkig maar een. In de hut staan zes stapelbedden en aangezien we de eerste in de hut zijn, kunnen we kiezen waar we willen slapen. Als we onze spullen op de bedden hebben gelegd, lopen we weer de trap af. We gaan op zoek naar de rivier. Automatisch valt mijn blik op de grond, maar tot mijn verbazing zijn hier geen bloedzuigers te bekennen. Ook bij de rivier schitteren ze door afwezigheid. Heerlijk, die rust! De bamisoep die Kamil heeft gemaakt, gaat er wel in. Daarna doe ik de afwas in de rivier en drinken we nog een kopje thee.

De rest van de middag brengen we door in de hut. Vanuit het raam hebben we een geweldig uitzicht over het groen. Ik kan er uren naar kijken, maar Jaap, mijn moeder en Eamon halen een kaartspel tevoorschijn. Als er een stortbui naar beneden komt, ben ik blij dat we al in de hut zijn. Helaas zorgt de regen er wel voor dat we weinig kans hebben om dieren te zien. Langzaam druppelen de andere mensen de hut binnen, allemaal verzopen katjes. Ook lukt het een verdwaalde bloedzuiger om mee te liften de hut in, deze vinden we op de grond en gooien we zonder pardon het raam uit.

Als het schemerig wordt moeten we het doen met onze hoofdlampjes en kaarsen. Er is geen elektriciteit in de hut. Net als gisteren eten we weer bij kaarslicht, alleen nu kunnen we een bed als tafel gebruiken. Kamil heeft weer zijn best gedaan en trakteert ons op rijst en curry. We blijven niet lang op, het is erg donker in de hut. Dus zoeken we al snel onze harde bedden op.

Slapen in de jungle van Taman Negara
Regen in de jungle

Twee van onze hutgenoten zijn al vroeg uit de veren. Bij het raam zitten ze heerlijk te kletsen zonder rekening te houden dat de andere mensen in de hut nog op een oor liggen. Met het gevolg dat we allemaal al vroeg wakker zijn. We ontbijten met zijn allen op een van de bedden, doen de afwas in de rivier en pakken alle spullen weer in. Het is tijd voor het laatste stukje van de trektocht. Vanaf hier is het maar een uurtje lopen naar de boot. Buiten kijken we allemaal koortsachtig om ons heen, maar we boffen: er zijn een stuk minder bloedzuigers dan gisteren. Zo kan ik toch nog wat van de jungle in me opnemen voor we bij de rivier aankomen. Bij die rivier houdt de dichtbegroeide jungle op en worden we begroet door een blauwe lucht. Door de jungle is de lucht vaak verscholen geweest achter de bomen.

Slapen in de jungle van Taman Negara
Lopen langs de boomtoppen

De boot ligt al op ons te wachten en voor we instappen, kijken we allemaal goed in onze kleding en schoenen of we geen ongewenste lifters meenemen. Na een uurtje varen, laten we ons afzetten bij de Canopytour. Samen met Kamil lopen we een stukje tegen de steile heuvel op. Het valt op dat de jungle hier een stuk droger is en dat betekent geen bloedzuigers. Voor we ons op de bruggen boven de bomen begeven, drinken we eerst wat fris bij de ingang.

Slapen in de jungle van Taman Negara
Terug bij Han Travel

De bruggen zijn wiebelig en smal en het is de bedoeling dat we steeds vijf meter tussen elkaar laten. Voorzichtig lopen we over de bruggen om ze niet te veel te laten wiebelen. Hoog boven en tussen de jungle lopen we van platform naar platform. Het is erg leuk om de jungle zo eens vanuit een ander perspectief te zien. Bij het laatste platform volgen we het pad naar beneden en komen we weer uit bij de rivier. De boot brengt ons het laatste stukje terug naar Han Travel. Hier leveren we onze spullen we in. In het restaurant zoeken Eamon en Jaap alvast een vis uit voor het avondeten. Dan is het de hoogste tijd om naar het guesthouse te gaan en weer eens schoon te worden. We zitten allemaal onder de modder. Na drie dagen zweten in de jungle snak ik naar een douche. We sluiten de dag af met een overheerlijke vismaaltijd, met groente en aardappelen in het restaurant. Wat een tocht was het: een hele beleving! Van slapen in een grot tot de strijd tegen de bloedzuigers. Het was een groot avontuur. Morgen gaan we weer terug naar de bewoonde wereld.

Taman Negara, Maleisië
Februari 2007

Related posts