Graven bij Qurnet Murai

Graven bij Qurnet Murai

We gaan naar een minder bekende plek in de buurt van Deir-el Medina: Qurnet Murai. Er zijn hier drie nieuwe graven open en daar wil mijn vader natuurlijk meteen heen. Haqqaq rijdt ons via de ticketoffice naar een stoffige heuvel. Aan de andere kant van deze heuvel ligt de Vallei der Koningen. Ergens in het midden prijken een aantal vervallen maar kleurrijke huisjes. Verder is er niets op de heuvel, alleen een pad omhoog. We stappen uit in de brandende zon. Het is heet en ook al is het maar een klein stukje omhoog, de hitte maakt het een hele klim. Onderweg komen we al twee andere graven tegen, maar we klimmen door naar het hoogstgelegen graf. Het pad leidt ons naar een kleine overkapping met eronder een steen die dienstdoet als bank. Bovenaan wacht al een man gehuld in een grijze Djelalba, met sjaal en een witte doek om zijn hoofd gewikkeld. Je zal het maar koud hebben. Hij is iets meer aan de hitte gewend als wij. We ploffen neer in de schaduw en de man begint een vrolijk praatje in zijn gebrekkige Engels.  

Graven bij Qurnet Murai
De klim de heuvel op

Vanaf dit punt hebben we een mooi uitzicht over de omgeving. Het groen in de verte is een sterk contrast met het grijs van de kale heuvels. Tussen de huisjes door komt een groep met geiten de heuvel op. Erachter loopt een vrouw die de dieren naar boven drijft. We genieten even van het uitzicht voor we de graven ingaan. De ingangen van de graven liggen verscholen achter een paar muren. Praktisch bovenop de graven zijn de nu verlaten huizen gebouwd.

Als eerste bezoeken we TT40, het graf van Amenhetep Huy, genaamd Huy. Hij had de titels ‘Onderkoning van Kush’ en ‘Governeur van de zuidelijke landen’ en was dus eigenlijk onderkoning van Nubië. Ik stap door de ingang het donker in en sta midden in een kleine gang. Langzaam wennen mijn ogen aan het donker, gelukkig is het binnen niet zo warm als buiten. Het graf heeft de vorm van een omgekeerde T en de twee kleine gangen zijn niet erg breed, dus we verspreiden ons door het graf. De muren zijn bedekt met veel kleurrijke tekeningen en ook het plafond staat vol met hiërogliefen en afbeeldingen. Opvallend voor dit graf zijn de weergaves van de vele Nubiërs met hun donkere huidskleur en veren op het hoofd. Tussen de afbeeldingen spot ik een paar bonte koeien en ergens eronder zie ik iets wat door kan gaan voor een giraf. Samen met Wouter lopen we de muren langs om te kijken wat er allemaal is afgebeeld. Het duurt niet lang voor mijn vader toestemming heeft van de bewaker om foto’s te mogen maken.

De ingangen van TT278 en TT277 liggen praktisch naast elkaar en om deze te bezoeken moeten we een stukje naar beneden. Vanuit een soort binnenplaats kunnen we de twee graven bezoeken. De bewaker opent de deuren voor ons en ook hier mogen we weer foto’s maken. We lopen regelmatig heen en weer tussen de twee graven zodat we niet met zijn allen tegelijk in een graf staan. Zoveel ruimte is er niet.

Graven bij Qurnet Murai
De overledene brengt een eerbetoon aan Amenhotep I, zijn vrouw en de godin Hathor – TT277

Ik begin bij het graf van Ameneminet, hij was een priester in een tempel van Amenhotep III. Ooit was hij werkzaam in deze tempel van miljoenen jaren waarvan nu alleen nog de Kolossen van Memnon overeind staan. Amememinet betekend Amon of the Valley. Dit graf bestaat uit een kamer met een kleine inham en op het plafond zijn de meeste afbeeldingen verdwenen. Groenblauwe tinten springen aan één kant van de muur af. Er is een mooie afbeelding van twee boten in een zee van vissen en lotusbloemen. Het is een onderdeel van een serie afbeeldingen die de begrafenis van Ameneminet weergeven. Er zijn klaagvrouwen en het ‘openen van de mond’, een ritueel zodat de overledene in het hiernamaals tot leven wordt gewekt. Er staan verschillende voorwerpen op de muur die nodig zijn voor dit ritueel. Ook ligt er een stapel van offers, broden, vlees en fruit. Verder op de muren vinden we de farao Amenhotep III en een paar goden als Horus, Maat, Anubis en Osiris.

Als laatste ga ik naar het graf van Amenemhab, opzichter van het vee van Amon Ra. Ik stap in een gang die haaks staat op een kleinere gang. Deze komt uit in een kleine kamer. Het is geen groot graf en veel van de afbeeldingen zijn verloren gegaan. Net als in het graf van Ameneminet staat hier ook de godin Hathor afgebeeld als een grote koe die als het ware uit de heuvels verschijnt. Zo verwelkomt Hathor de overledene in het hiernamaals. Op de andere muur staat een grote groene boom met een godin erop.  De kleuren in dit graf zijn feller en overheersender. Aan de bovenkant van de muren is een sierlijke band afgebeeld.

Graven bij Qurnet Murai
Een sierlijke band langs de rand van de muur – TT278

Het zijn drie graven met namen die veel op elkaar lijken, maar voor de graven geldt dat niet. De graven zijn elk uit een ander tijdperk. TT40, het graf van Amenhetep Huy, is het oudste uit de 18e dynastie, het tijdperk van Tutankhamon. TT277 is het graf van Ameneminet uit de 19e dynastie, het tijdperk van Sethi I en Ramses II. En als laatste TT278, het graf van Amenenhab uit de 20e dynastie, het tijdperk van de Ramses III en een achttal andere Ramsessen na hem.

Graven bij Qurnet Murai
De bewaker bij de graven TT277 en TT278

Als we de graven van onder tot boven gezien hebben en vooral genoeg foto’s hebben, besluiten we om het voor gezien te houden. Het zwembad ligt op ons te wachten. In deze stoffige hitte is dat een heerlijk vooruitzicht. Voor we gaan bedanken we de bewaker en schuiven hem nog wat bakshi’s toe. Hij blij, wij blij!

Qurnet Murai, Egypte
April 2017

Related posts