Aapjes kijken in de jungle van Bukit Lawang

Aapjes kijken in de jungle van Bukit Lawang

Met het geluid van de waterval op de achtergrond word ik wakker. We moeten op tijd op staan zodat we op tijd aan onze trekking door de jungle kunnen beginnen. Vandaag gaan we op zoek naar orang-oetans! Er staat een trekking door het nationaal park Gunung Leuser op het programma. Eerst maar eens ontbijten, alleen we kunnen nergens onze crackers vinden. Het pak is spoorloos verdwenen. Als alternatief eten we dan maar toast in het restaurant. Met Paul en Charlotte lopen we na het ontbijt over het smalle pad langs de rivier naar het kleine dorp Bukit Lawang. Onze jungletocht begint bij de Eco Lodge. Daar hebben we met onze gids Alec afgesproken. Als we na een half uurtje aankomen, zit Alec al op ons te wachten. Hij heeft een hulpgids meegenomen.

Aapjes kijken in de jungle van Bukit Lawang
Thomas Leaf Monkey

Als eerste lopen we door een stuk privéjungle waar voornamelijk bananenbomen, mais- en chiliplanten staan. Eenmaal in de ‘echte’ jungle zien we al snel Thomas Leaf Monkeys; grijswitte apen met kuifjes. Het zijn bewegelijke apen en zorgen dat we veel geritsel in het groen boven ons horen. Een stukje verder zien we een kleine slang. We lopen heuvel op en heuvel af over smalle paadjes waar we van tijd tot tijd over boomwortels moeten stappen, hierdoor is het soms een beetje glad. Eamon en ik speuren in het begin fanatiek de grond af om te kijken of er bloedzuigers zijn. Na ons jungleavontuur in Maleisië hebben we onze buik vol van die vervelende beestjes. Gelukkig komen we ze nauwelijks tegen, dus in plaats van steeds naar onze voeten te kijken, richten we de blik meer en meer op de omgeving om ons heen. De jungle blijft een machtig mooie plek. Er is zoveel te zien en te horen. Geritsel in de bomen of de planten, insecten die laten horen dat ze er zijn en af en toe horen we de roep van een aap.

En dan zien we de eerste orang-oetan. Hoog in de bomen staart een oranje wezen naar ons en wij staren net zo hard terug. Op haar buik spot ik een nog kleiner oranje wezen. Een kleine orang-oetan klemt zich goed aan zijn moeder vast. De moeder blijft rustig zitten en maakt sierlijke, langzame bewegingen. Het is machtig om te zien. We blijven een tijdje kijken voor we verder door de jungle lopen.

Aapjes kijken in de jungle van Bukit Lawang
De eerste orang-oetans!

We komen de ene na de andere orang-oetan tegen, moeders met jong of solitaire dieren. Sommige zitten hoog in de bomen en weer andere hangen aan takken bijna op ooghoogte, soms wel erg dichtbij. Wat een prachtige dieren zijn het toch. Ook komen we een groep makaken tegen. Een paar scharrelen wat over de grond en andere zwerven door de takken. Zo kunnen we zo van dichtbij bekijken. Ik ben altijd op mijn hoede bij makaken, ze zijn onvoorspelbaar en nieuwsgierig. Als je er eentje probeert weg te jagen die te dichtbij komt, kan je voor je het door hebt de halve groep op je dak hebben. Ze lijken zo klein en lief, maar er schuilt veel temperament in die kleine apen.

Aapjes kijken in de jungle van Bukit Lawang
Een orang-oetan komt even neuzen

Onze gids vertelt dat we voor een orang-oetan moeten we oppassen. Dit vrouwtje kan soms agressief zijn en je tas willen pikken. Als we haar in de jungle tegenkomen, blijft ze vlak voor ons in de bomen hangen. We stappen snel langs haar, waarna de hulpgids haar weglokt met een banaan. Veel apen houden hun hand uit, duidelijk in afwachting van een banaan. Het is ook niet zo raar als apen agressief worden, het is overduidelijk dat dieren hier gewend zijn om gevoerd te worden. Gelukkig houdt onze gids zijn bananen in zijn zak. Je zou toch verwachten dat de dieren hier in de jungle vrij leven, maar ondertussen worden ze wel gevoerd.

Net als onze magen beginnen te knorren, stoppen we voor de lunch. Hier en daar liggen een aantal stenen, dus we zoeken allemaal een plekje. Na de uurtjes door de jungle gelopen te hebben, is het heerlijk om even te kunnen zitten. De gids overhandigt ons een groen pakketje: een bananenblad gevuld met rijst. We laten het ons goed smaken. Vanuit de jungle komen een aantal Thomas Leaf Monkeys even polshoogte nemen. Ze worden duidelijk aangetrokken door het eten in onze handen met daarbij (helaas) ook de verwachting om wat te krijgen. Hoewel het erg leuk is om deze dieren van dichtbij te zien, geeft het wel een dubbel gevoel. Ze zijn duidelijk niet meer bang voor mensen. Mijn vader, een groot liefhebber van apen, kan het niet laten om wat ananas te voeren aan de dieren.

Het laatste stukje door de jungle is even zwoegen. We moeten de steile heuvel op en dat is pittig in de plakkerige warmte en de vele uurtjes al in de benen. Na zes uur door de jungle gebanjerd te hebben, komen we aan bij de rivier. Aan de andere kant van de rivier zien we al de bekende gebouwen van de Jungle Inn. We moeten alleen de snelstromende rivier nog oversteken. Dat doen we met behulp van een klein en vooral wiebelige boot. De boot wordt met behulp van een touw naar de andere kant getrokken. Dus per tweetal mogen we in het bootje en staan we vrij snel aan de andere kant van de rivier. Moe maar voldaan gaan we een drankje drinken in de Jungle Inn. We hebben vandaag 19 orang-oetans in de jungle gezien. Het leuke is om te zien dat elke orang-oetan een eigen gezicht heeft.

En dan is het tijd voor een verfrissende douche. We zijn allemaal plakkerig van de jungle. Niet dat we lang fris en fruitig blijven, het zweet loopt al van je af als je zit. Na onze wandeling door de jungle is het tijd voor ontspanning. Ik pak mijn boek er maar eens bij en laat de deur open voor wat frisse lucht. Maar dan krijg ik bezoek van een makaak die ons eten uit de prullenbak probeert te stelen. Als ik op sta, vlucht ze snel naar buiten en snel doe ik de deur dicht. Als Eamon even alter op het balkon zit met een zak pinda’s, laat de aap zich weer zien. Eamon roept me dus ik kom ook naar buiten. De makaak vindt mij blijkbaar niet zo aardig, want ze blaast naar me. Ok. Eamon en ik gaan allebei maar terug de kamer in met de deur dicht. Als Eamon vanachter het raam naar de aap kijkt, springt die plotseling tegen het raam op wat een luide bons oplevert. Dat was even schrikken. Temperamentvolle dieren die makaken.

Aapjes kijken in de jungle van Bukit Lawang
Bootje varen naar de overkant

’s Avonds lopen we naar het dorp om te gaan eten bij restaurant Tony’s. De bananenjuices zijn overheerlijk en ook het eten, echte fuyung hai, is de wandeling naar het dorp meer dan waard. Het enige nadeel is dat we in het pikkedonker weer terug moeten lopen over het smalle pad langs de rivier. Maar dat heeft ook wel weer wat, alles ziet er meteen anders uit. Het gebeurt niet vaak dat we zonder lantaarnpalen over straat gaan.

Na het ontbijt is het alweer tijd om afscheid van de jungle te nemen. Bepakt en bezakt lopen we terug naar het dorp. Onderweg komen we nog een groepje Thomas Leaf Monkeys tegen. In Bukit Lawang worden we meteen de bus naar Medan ingeloodst. Op naar de volgende bestemming!

Bukit Lawang, Sumatra, Indonesië
Maart 2007

Related posts