Van de gebaande paden af in Karnak

Van de gebaande paden af in Karnak

Ik stap het hotel uit en voel de hitte meteen op me afkomen. We worden begroet door Nassar, die al op ons staat te wachten. Met zijn allen lopen we naar de Nijl. Het is maar een klein stukje, Nile Valley ligt praktisch aan de rivier. Hier liggen genoeg bootjes te wachten, die ons maar wat graag naar de ingang van Karnak willen varen. We laten het onderhandelen aan Nassar over en al snel heeft hij een bootje geregeld. Dan lopen we over de wiebelende loopplank achter de kapitein aan. Een voor een stappen we in het bootje en zoeken een kussen op een van de bankjes uit om op te zitten. Wouter zit gezellig naast Opa en ik kijk uit over de Nijl.

Van de gebaande paden af in Karnak
Het uitzicht op de Luxortempel vanaf de Nijl

De man van de boot gooit de trossen los en als snel varen we in een rustig tempo over de Nijl. Het is wel lekker dat er nu een koeler windje de boot in komt. Aan de ene kant zien we Luxor met zijn tempel aan ons voorbijgaan en aan de andere kant kijken we op de roodbruine bergen waar de Vallei van de Koningen achter ligt. Het is een vertrouwd beeld, maar ik kan er nog steeds van genieten. Na een kwartiertje meren we aan in de buurt van Karnak. We nemen afscheid van Nassar die met de boot weer terugvaart. We klimmen de kade op en als we boven zijn, zien we de ingang van Karnak al liggen. De tempel zelf, ligt nog verborgen achter een hek.

Van de gebaande paden af in Karnak
De weg naar Karnak

We kopen een kaartje en lopen langs de vele winkels door naar de echte entree van de tempel. We negeren zoveel mogelijk de praatjes van de verkopers. ‘Wanna look in my shop?’ of ‘I have a beautiful scraf, Miss.’ Ze hebben allemaal hun woordje klaar zodra er een toerist zijn neus bij de winkels laat zien. Ik glimlach en zeg overal geduldig nee tegen. De verkopers laten zich niet zo snel afschepen en sommigen lopen nog een stukje mee voor ze het toch maar opgeven. Gelukkig is het geen lange winkelstraat, dus al snel kunnen we mannen achter ons laten. Dan staan we op een lange brede weg met palmbomen, die door de zon schaduwen op de weg tekenen. De zon brandt op ons hoofd, vanwege de hitte toen we het rustig aan. Een bezoek aan Karnak staat altijd gelijk aan flink zweten en stofhappen. Er heerst hier een rust en een apart sfeertje. Misschien is het wel het vooruitzicht dat we zo meteen een paar duizend jaar terug in de tijd stappen. Langzaam komt de eerste Pylon steeds dichterbij. Dan komt ook de rij met sfinxen met hun ramskoppen in beeld. Er zijn niet veel andere toeristen dus in alle rust lopen we langs de rij met sfinxen naar de eerste Pylon. Het is altijd weer verbazingwekkend hoe kolossaal deze tempel is. Vele farao’s hebben hun steentje bijgedragen en er hun eigen tempel aan toegevoegd. Sommige staan nog aardig overeind, andere zijn niet meer dan een grote hoop stenen, een herinnering aan vroeger.

Van de gebaande paden af in Karnak
Bij de eerste Pyloon tussen de sfinxen

Als we door de immense poort zijn gelopen, slaan we meteen links af naar de kleine tempel van Seti II. Op de muren zijn nog vele afbeeldingen en hiërogliefen te zien. Wouter houdt een poseersessie voor de muur en maakt er vervolgens een sport van om steeds voor mijn lens te springen. Hij heeft de grootste lol en ik probeer het drukken van mijn ontspanknop zo goed mogelijk te timen zodat ik een foto zonder zijn hoofd heb. Het is een kleine ruimte, dus al snel hebben we het gezien en lopen we naar de overkant. Hier duiken we de tempel van Ramses III in. Deze heeft een indrukwekkende hof met een rij beelden van Ramses. Met hun gekruiste armen staan ze nog altijd even statig uit te kijken over hun domein. Ik vind dit een indrukwekkend stukje van Karnak. De ooit prachtige standbeelden hebben wat. Ik vraag me altijd af hoe indrukwekkend dit geweest moet zijn als al die standbeelden nog heel waren. Achter de beelden vinden we een rij pilaren die bedekt zijn met vele hiërogliefen. Hier in de schaduw is het beter vertoeven dan in de volle zon. Wouter en opa rusten even uit aan de voet van een beeld terwijl ik nog wat rondloop tussen de pilaren en beelden.  Ook Eamon en Charlotte zijn tussen de pilaren verdwenen.

Als we een beetje uitgekeken zijn en Wouter de cartouche van Ramses III met opa heeft gevonden, lopen we naar het meest indrukwekkende gedeelte van Karnak: de grote Hypostyle hal. We lopen langs de 2e Pylon om zo de indrukwekkende hal binnen te gaan. Met de vele immens hoge pilaren voel je je net een kabouter. En nog altijd vult het me met ontzag en verwondering. Hoe hebben de Egyptenaren dit zoveel jaar geleden voor elkaar gekregen? Het is een plek waar ik uren kan rondhangen om alles in me op te nemen. Het is indrukwekkend maar tegelijkertijd ook een heerlijke koele plek.

Wouter kijkt ook zijn ogen uit naar de torenhoge pilaren die om hem heen de lucht in steken. De randen van de pilaren zijn uitstekende banken. We dwalen ieder in ons eigen tempo langs de ruim 130 pilaren van Seti I. Doordat het plafond op bijna alle plekken is verdwenen, laat de zon een fascinerend spel van schaduwen zien. Op de restanten van het plafond zie ik nog vele kleuren. En op de meeste pilaren zijn tal van hiërogliefen en afbeeldingen te zien. Ik raak niet uitgekeken, maar Wouter wordt een beetje ongeduldig. Dus is het tijd om verder te lopen.

Van de gebaande paden af in Karnak
De tempel van Thutmose III

We komen uit bij de tempel van Amon, eigenlijk een ommuurd complex van meerdere kleine tempels bij elkaar. Het is een uitstekende plek om te dwalen. We lopen langs de obelisk van Hatsjepshut en nemen een kijkje in haar Sanctuary. Even verderop zie ik het bekende gezicht van Toetanchamon. Tussen de afgebrokkelde gebouwen staart zijn standbeeld mij aan. We lopen verder naar achteren waar de gebouwen steeds meer stapels rotsblokken zijn. Je fantasie wordt meer en meer aan het werk gezet om je voor te stellen hoe dit er vroeger uitgezien moet hebben.

Als we aan de andere kant uit de tempel van Amon komen, lopen we langs het heilige meer. Dit brengt ons naar een soort plein waar de bekende scarabee staat. Wouter loopt er met Eamon een paar rondjes om heen. In plaats van terug te gaan naar de grote Hypostyle hal, lopen we naar het minder bekende gedeelte van Karnak. We weten niet zeker of dit deel open is, maar mijn vaders tactiek is altijd om gewoon door te lopen tot je wordt tegengehouden. En dat werkt, we worden niet tegengehouden. Zo komen we over een stoffig pad langs een paar kleinere Pylons, vooral veel hopen stenen en wat struiken. Uiteindelijk komen we uit bij de poort van Khonsu. Deze heeft nog hele mooie afbeeldingen van Ankh’s aan de binnenkant, hier is het mintgroen duidelijk aanwezig.

Een stukje verder ligt de tempel van Khonsu, dit is een stuk van Karnak waar ik nog niet geweest ben. Als we dichterbij komen, blijkt dat ze hier bezig zijn met de restauratie. We worden vriendelijk begroet en mogen een kijkje nemen in de tempel. Het is een kleine, maar mooie tempel. In het dden van de tempel komen we in een hof met nog kleurrijke pilaren. Ook de afbeeldingen op de muren zijn nog behoorlijk kleurrijk. Naast een van de pilaren zie ik een standbeeld van een baviaan staan. Dat is bijzonder, die kom je niet vaak tegen. We mogen zelfs een kijkje op de tweede verdieping nemen. Het is erg bijzonder om deze tempel te mogen zien. Als we weer beneden staan, bedanken we de mannen vriendelijk voor hun gastvrijheid. Baksjisj wisselen van hand en op ons dooie akkertje lopen we terug naar het toeristische gedeelte van Karnak. Onderweg bekijken we nog wat gebouwen en standbeelden voor we weer bij de Hypostyle hal zijn.

Van de gebaande paden af in Karnak
Voor de 7e Pylon

Bezweet maar voldaan lopen we richting de uitgang. Karnak is zo groot dat ik na jaren nog steeds niet uitgekeken ben. Elke keer zie je wel weer iets nieuws. Deze keer zelfs een hele tempel. We trotseren de verkopers om naar de uitgang te komen. Wouter ziet natuurlijk veel dingen die hij wel zou willen kopen. Als we hem zijn gang laten gaan, hebben we een extra koffer nodig om alles mee naar huis te nemen. Eenmaal buiten, hebben we in een mum van tijd weer vervoer terug naar Luxor. Deze keer wordt het een kalesh.

Van de gebaande paden af in Karnak
In de Kalesh terug naar Luxor

We proppen ons met zijn vijven in de kleine koets en al hobbelend gaan we richting het centrum van Luxor. Het bekende geluid van de paardenhoeven, het gehobbel en de razende auto’s met hun getoeter om ons heen zorgen ervoor dat ik nauwelijks merk dat ik net niet helemaal op het smalle bankje pas. Mijn benen zetten zich schrap om te kunnen blijven zitten, echt comfortabel is het niet. Maar toch is het genieten. Het is zoals altijd een belevening om van Karnak terug te rijden. We worden bij de veerboot afgezet. Tijd om terug naar Nile Valley te gaan en een duik te nemen in het zwembad. Wouter kan niet wachten! Ongeduldig wacht hij tot de veerboot eindelijk koers zet naar de overkant.

Tempel van Karnak, Egypte
April 2017

Related posts