Op de fiets langs de tempels van Angkor

Op de fiets langs de tempels van Angkor

Angkor is de verzamelnaam voor een groot gebied met heel veel tempels gebouwd door heersers van het machtige Khmer-rijk. Vanaf eind 700 was dit voor ruim een half millennium een bloeiend rijk. Koning Jayavarman II riep zichzelf in 802 tot koning uit en stond aan de voet van het grote Khmer-rijk. Elke heerser bouwde er zijn eigen tempel, vaak meerderen. Hoofdsteden werden verplaatst en religies werden veranderd; het hindoeïsme werd ingewisseld voor boeddhisme en weer terug voor het hindoeïsme. Vandaag de dag zijn er zo’n 40 tempels van overgebleven. De bekendste zijn ongetwijfeld Angkor Wat, Angkor Thom met zijn vele gezichten en de Tombraider-tempel Ta Phrom. Veel van de tempels liggen nog verscholen in de jungle, soms zelfs overwoekert door planten en boomwortels, het is de ideale plek om op ontdekkingstocht te gaan. Sommige tempels zijn niet meer dan een ruïne en andere verkeren nog in verrassend goede staat. Veel tempels in Angkor zijn gebouwd als een Temple Mountain, een weergave van de heilige berg Meru, dit is volgens het boeddhisme het centrum van de wereld. De vijf torens op een tempel staan voor de vijf pieken van de heilige berg. Ook hebben de tempels vaak een gracht die de oceanen rondom de berg Meru moet uitbeelden.

Op de fiets langs de tempels van Angkor
Bij de ingang van Angkor

Om al die tempels goed te kunnen bekijken, huren we voor drie dagen een fiets samen met de Duitser Christian. Zo kunnen we een groot deel van de tempels, van groot tot klein, in ons eigen tempo zien. Het worden drie sportieve dagen van kilometers in de hitte fietsen, steile trappen beklimmen en over stenen klauteren. Ook is het een sport om de vele verkopers en kinderen te slim af te zijn. Bij bijna elke tempel staan er verkopers of lopen er kinderen rond. Wanna buy a scarf? Wanna buy some water? Wanna buy a book? Het zijn veel gehoorde vragen. Ook al hebben we ons antwoord klaar, we krijgen er steevast een ander voor terug: ‘We hebben geen sjaal nodig, want het is te warm.’ Dan kunnen we hem toch gebruiken om ons zweet mee af te vegen. Het wordt een spel tussen de vele verkopers en ons drieën.

Op een fiets die zijn beste tijd gezien heeft, fietsen we de eerste kilometers van Siem Reap naar de ingang van Angkor Wat. Hier kopen we een toegangsbewijs voor drie dagen. We besluiten om als eerste een rondje te doen langs de minder bekende tempels, dit is ook meteen het grootste rondje. Nu zijn we nog fris en fruitig, hoewel al lichtelijk warm en bezweet, het is heet en de zon voel je op je huid branden.

Als eerste komen we bij tempel Prasat Kravan uit het begin van de 10e eeuw, deze is gewijd aan de hindoeïstische god Vishnu. De tempel bestaat uit vijf roodgekleurde torens naast elkaar, in twee ervan vinden we binnen nog bas-reliëf. Om de toren in te komen moeten we een kleine trap op waar bij sommige nog de resten staan van twee leeuwen; de eeuwige wachters. Op een muur staat Vishnu op Garuda, een legendarische adelaar, en op een andere Lakshmi, de godin van licht, rijkdom en geluk. Bij deze tempel laat ik me overhalen om een boek over Angkor Wat te kopen. Het zijn zoveel tempels uit een bijzondere beschaving, dus is het erg leuk om daar meer over te lezen.

Bat Chum is eigenlijk een kleinere versie van Prasat Kravan, maar dan met drie torens. De torens zijn niet in heel goede staat meer en eentje staat er ook in de steigers. Dit is ook een boeddhistische tempel en dat is vrij bijzonder aangezien de tempel gebouwd is in een tijd waar de meeste mensen hindoeïstisch waren. Een paar lokale kinderen scharrelen bij de tempels. We kijken er even rond maar veel is er niet meer te zien. Dus rijden we dezelfde weg weer terug langs de rijstvelden naar Banteay Kdei. Ook deze tempel is meer een ruïne. We lopen het tempelcomplex in via een toegangspoort met een paar torens met het gezicht van boeddha erop: een gopura. We struinen wat door de kleine kamers, met hier en daar nog wat bas-reliëf, en lopen langs de vele torentjes. Ik zie naga’s en andere beelden. In een grote kamer staat een beeld van boeddha die is bekleed met een oranje gewaad, de kamer hangt vol met kleurrijke versieringen. Voor we verder fietsen, nemen we een kijkje bij Sras Srang, een groot meer. Het werd vroeger als Royal Bath gebruikt. Op een klein platform kijken we uit over dit artificiële meer dat ergens in de 10e eeuw is uitgegraven. Bizar, het is niet bepaald klein met afmetingen van 700 bij 350 meter.   

Op de fiets langs de tempels van Angkor
In Banteay Kdei

Pre Rup en East Mebon liggen vlak naast elkaar en lijken in veel opzichten ook op elkaar, ze stammen ook allebei uit de 10e eeuw en zijn beiden gebouwd door koning Rajendravarman II. Het grote verschil is dat Pre Rup gebouwd is in de vorm van een Temple Mountain en East Mebon niet. Het lijkt op een soort trappenpiramide met aan elke zijde een hele steile trap. Voor elke trap staan twee beelden die eruitzien als leeuwen. Het kost me ietwat moeite om de trap op te komen, het is meer klimmen dan lopen. Op de bovenste laag prijken vijf torens waar de decoratie al lang van verdwenen is, nu zien ze er meer uit als hoopjes stenen. Het hoogste platform biedt een mooi uitzicht over de groene omgeving en ertussen zie ik de overblijfselen van de nabij geleden tempel East Mebon uitsteken. Er wordt gedacht dat Pre Rup gebruikt werd voor begrafenissen, omdat de naam ‘Turning of the Body’ betekent, dit is een onderdeel van de begrafenisceremonie. Tot nu toe is men er nog niet over uit wat de precieze functie van de tempel was. Het is een bijzondere tempel, vooral vanwege het gebruik van de rode bakstenen wat de tempel een warme uitstraling geeft.

Op de fiets langs de tempels van Angkor
Pre Rup

Vanaf Pre Rup fietsen we verder naar Banteay Samre, die een stuk uit de route ligt. Om er te komen fietsen we langs velden waar mensen hard aan het werk zijn. Koeien en buffels staan rustig tussen de mensen in te grazen. Bij Banteay Samre is het heerlijk rustig, er zijn geen andere toeristen. Als we een plekje opzoeken voor de lunch krijgen we bezoek van een groepje lokale kinderen. Ze houden het vragen om geld lang vol, maar druipen uiteindelijk toch af als ze merken dat ze van ons niets gaan krijgen. Banteay Samre is een ommuurde tempel. De tempel binnen de muren is nog verrassend compleet. Het gebouw zelf ligt hoger dan de binnenplaats, we moeten dan ok weer een aantal kleine trappen op. Veel van de muren en deurposten hebben nog decoraties. De ramen bestaan uit dikke spijlen die eruit zijn als een rij met dikke kralen. Boven deuren en poorten zijn nog veel verschillende figuren te zien. Zo spot ik een aantal dikke, op apen lijkende afbeeldingen.

East Mebon is gelukkig niet zo steil als Pre Rup en heeft maar drie lagen. Net als Pre Rup is deze tempel gewijd aan Shiva. Het mooiste van East Mebon is een groot beeld van een olifant, deze heeft ooit op elke hoek van de tempel gestaan. Bovenaan de trappen worden we begroet door twee stenen leeuwen. Als we door de tempel lopen, is het moeilijk om voor te stellen dat het voeger op een eiland stond en omgeven was door water, nu is het een droge omgeving.  

Ta Som ligt vlakbij East Mebon half verscholen in de jungle. Ook hier gaan we onder een gopura door voor we oog in oog staan met een kleine tempel. Het bruingrijze gebouw is nog in verrassend goede staat. Het is een heerlijke rustige tempel om even rond te lopen. Als we aan de andere kant van het kleine complex komen staan we ineens voor een bizar tafereel. Op een van de toegangspoorten groeit een grote wurgvijg die met zijn wortels een deel van het gebouw lijkt te vermorzelen. De wortels zijn net grote tentakels die heel langzaam bezitnemen van het gesteente.

De volgende paar tempels bieden niet heel veel nieuws. Neak Pean was vroeger gebouwd op een klein eilandje. Het kleine beetje water dat er nu ligt is een vage herinnering aan een groter meer. Op een klein plateau staat nog een eenzame toren. Het water zou helende krachten hebben gehad en de vier kleinere bassins die eromheen lagen, stonden voor water, aarde, vuur en wind. Er is nog weinig van te zien, nu is het een droge bedoening, maar dit zal in de regentijd ongetwijfeld anders zijn. Krol Ko is niet meer dan een klein gebouwtje midden in de jungle. Van Prasat Prei zien we alleen nog een paar torens die op instorten staan. En bij Banteay Prei zien de paar gebouwen die er nog staan ook niet erg stabiel meer uit. We werpen er een snelle blik op en fietsen verder. Zo aan het eind van de dag worden we wat kieskeuriger met de tempels die we bezoeken.

Op de fiets langs de tempels van Angkor
De eenzame toren van Neak Pean

Dus gaan we verder naar de laatste tempel van vandaag: Preah khan. We lopen over een brede stenen weg met aan weerszijden stenen beelden zonder hoofd die een grote slang, een naga, in hun handen houden. We komen uit op een grote binnenplaats waar een boom dwars door een van de muren groeit. Hier lopen we een klein trapje op om op de binnenplaats te komen. Ik kijk bij een van deuropeningen naar binnen en zie een lange, redelijk donkere gang. Het blijkt een grote tempel te zijn, een van de grootste die in het Khmer-rijk gebouwd is. Na de vele tempels van vandaag besluiten we om deze tempel voor morgen te bewaren. Het is al tegen het einde van de middag dus tijd om terug te fietsen.

Op de fiets langs de tempels van Angkor
De Bayon tempel

We nemen de lange weg terug en fietsen door het zeer grote Angkor Thom. Ik kan niet wachten om deze prachtige tempel of eigenlijk stad te bekijken. De zon gaat al onder als we door Angkor Wat fietsen. Hier is het een drukte van belang, het is een populaire plek om de zonsondergang te bekijken. In deze tempels is het ook een stuk drukker dan waar wij vandaag geweest zijn. Zoveel toeristen hebben we niet gezien. In het donker fietsen we terug naar het hotel. Na een verfrissende douche gaan we, moe maar voldaan, eten we in een voor ons bekend restaurant: Shadow of Angkor. Het eten is heerlijk en de mensen zijn erg vriendelijk. En nog leuker, het is happy hour dus als we een cocktail bestellen krijgen we de 2e er gratis bij. Dat wordt een gezellige maaltijd!

Op de fiets langs de tempels van Angkor
Aan de cocktails in Shadow of Angkor

In Angkor moeten we tenminste een keer de zonsopgang hebben gezien. Dus de volgende ochtend fietsen we in alle vroegte over een verlaten en vooral donkere weg naar Angkor. De lampen op onze fietsen doen het niet en er is geen straatverlichting. De hobbels op de weg komen dan ook steeds als een verrassing. Het is rustig op de weg, we komen maar een paar tuk tuks tegen. Bij de ingang is het dan een verrassing dat er al iemand staat om de kaartjes te controleren. We laten ons entreebewijs laten zien en we mogen verder fietsen. Het is even zoeken voor we bij de juiste tempel zijn. De tempel Phnom Bakheng ligt op een heuvel en dat lijkt ons een goede plek om de zon te zien op komen. In het donker zoeken we een weg naar boven, we mogen de steile trappen van de tempel in het donker niet op dus moeten we om de berg heen lopen om zo omhoog te komen. Eenmaal bij de tempel aangekomen klimmen we de laatste trap op naar het topje. Hier wachten we op de stenen in het pikkedonker tot de zon zich langzaam laat zien. We zien alleen wat lichtjes in de verte. Eerst schijnt de maan nog door de bomen, maar langzaam wordt het steeds lichter om ons heen en kleurt de lucht rood. De wereld om ons heen ontwaakt bij de eerste zonnestralen. We horen steeds meer geluiden van de jungle en de mensen beneden ons. De zon verschijnt als een rode bol boven het groen. Met de contouren van de tempel is het een prachtig gezicht. Het was zeker de moeite waard om zo vroeg op te staan!

Op de fiets langs de tempels van Angkor
De zonsopgang vanaf Phnom Bakheng

Vanaf hier kunnen we de wijde omtrek in ons opnemen. Als onze magen beginnen te knorren, lopen we weer naar beneden. De treden van de trap zijn erg smal, er past nog net een bankbiljet op, dit maakt het niet makkelijk om naar beneden te gaan. Phnom Bakheng is ook weer een soort trappenpiramide met zeven lagen met vele torens, ooit waren het er 108, en stenen leeuwen. Het is een van de oudste tempels in Angkor en de staatstempel van de eerste stad in Angkor van het machtige Khmer-rijk.

Vlakbij de tempel van Angkor Wat kunnen we wat broodjes kopen en een kopje koffie en thee. We vinden een boomstam op te zitten en ontbijten met zicht op de tempel. Als we door Angkor Wat zelf lopen, vinden we het zonlicht op de vroege ochtend niet zo goed. We besluiten om door te rijden naar Angkor Thom en deze tempel in de middag te bekijken. Angkor Thom is een heel groot complex, zijn naam betekent ook ‘grote stad’, met in het midden de indrukwekkende Bayon tempel met de vele gezichten van boeddha. Angkor Thom is gebouwd door koning Jayavarman VII, een van de grootste en belangrijkste koningen van het Khmer-rijk. De hele stad is ommuurd waarin een aantal tempels, paleizen en terrassen te vinden zijn.

De weg naar de poort is al bijzonder waar we langs tientallen asura’s, half-goden, lopen die een grote naga in hun handen houden. De poort zelf is een grote toren met aan 4-zijden een groot gezicht: een gopura. Eronder zie ik nog iets wat lijkt op de slurven van olifanten. Het is een groot contrast om onder deze eeuwenoude poort een file van minibusjes, auto’s en tuk tuks te zien. Als we in het complex zijn, lopen we meteen tegen de indrukwekkende Bayon tempel aan. Ooit stonden hier 49 torens met vier gezichten in elke windrichting. Nu zijn het er nog 37 maar het blijft een overweldigend gezicht. Onder het toeziend oog van de glimlachende gezichten dwalen we door de donkere, maar heerlijk koele kamers. Het is hier jammer genoeg drukker dan in de andere tempels, maar dat mag de pret niet drukken. Ik geniet van deze bijzondere tempel; de vele stenen gezichten en de bas-reliëfs maken het een tot een van de meest onvergetelijke plekken.

We verlaten de Bayon tempel via een lange loopbrug die naar de tempel Baphuon leidt, deze wordt echter gerestaureerd en dus slaan we deze over. Dan komen we uit bij het terras van de olifanten. Dit is een verhoogd terras met op de muren de afbeeldingen van olifanten, dit platform diende als uitkijkpost voor de koning. Zo kon koning Jayavarman VII zijn legers verwelkomen die terug kwamen van gevechten. Het is grappig om de olifantenkoppen met een slurven uit het steen te zien komen. Om Phimeanakas, dat onderdeel van het Royal Palace is, op te komen moeten we een wel heel steile trap op klimmen, het is echt handen én voeten werk. Ik vraag me af hoe ik deze trap ook veilig en wel naar beneden kom, maar gelukkig vinden we aan de andere kant van de tempel een veel betere trap.

Het terras van de Leper Kingis kleiner, maar hoger dan het terras van de olifanten. Het terras is zo genoemd, omdat er een standbeeld bovenop stond dat bedekt was met mos. De lokale bevolking vond dit lijken op iemand die aan lepra leed. Dit past ook bij een verhaal dat er ooit een koning was, genaamd Yasovarman I, die lepra had. Op de muren staan vele rijen met afbeeldingen van figuren. Op een stukje, waarvoor we een nis in moeten lopen, vind ik veelhoofdige naga’s. Het is een fascinerend bouwwerk met al die vreemde figuren erop.

Via Tap Pranam komen we uit bij een rustige hoek van dit complex. Tap Pranam zelf is een groot beeld van boeddha onder een overkapping. Ook deze is versierd met oranjedoeken en er staan wat goudgekleurde voorwerpen. Er lopen kinderen rond die op de foto willen en ons dan vervolgens om geld vragen. De tempel erachter, Preah Palilay, ligt verscholen tussen de bomen en bestaat uit een kleine toren op een verhoging waar een aantal witte boomstammen uitsteken. Een bijzonder gezicht! Het is er heerlijk rustig, net als bij de tempel aan de overkant van het pad.

Op de fiets langs de tempels van Angkor
Fabelachtig Preah Palilay

Preah Pitu ligt ook tussen de bomen en naast een meertje. Het zijn twee kleine, piramidevormige tempels die achter elkaar staan. We lopen de trappen op om een kijkje in de torens, of de restanten ervan, te nemen. De tempels zijn gebouwd in een stijl die we al eerder hebben gezien, maar ze liggen in een oase van rust vergeleken met vele, drukker bezochte tempels. Er vlakbij staan de torens van Suor Prat vlak aan het water. De van roodbruine stenen gebouwde torens zien er niet heel stabiel meer uit en zijn ook niet heel bijzonder qua versiering.

Na het dwalen door de vele tempels in de hitte, zijn we toe aan pauze. Bij een gezellige, kletsgrage vrouw voor de tempel kunnen we even op een paar plastic stoelen zitten en een niet al te koele Fanta drinken. Dat gaat er wel in. Dan fietsen we naar de laatste tempel van vandaag. Het is pas lunchtijd maar we zijn voor ons gevoel al een hele dag in touw. Dat krijg je als je al voor dag en dauw op bent om tempels te bezoeken.

Op de fiets langs de tempels van Angkor
Door de gebouwen van Preah Khan

Gisteren eindigden we bij Preah Khan dus nu is het tijd om de rest van de tempel te bekijken. Eerst proberen we een geschikte plek te vinden om ergens op de stenen te kunnen lunchen. Maar dat blijkt erg lastig te zijn, omdat veel van de stenen bedekt zijn met dikke, witte spinnenwebben. De bewoners van deze webben kom ik liever niet tegen. Uiteindelijk wordt het toch half staand, half zittend eten met ons meegebrachte brood met corned beef uit blik. Na de lunch dwalen we door de lange donkere gangen, langs pleintjes met stapels rotsblokken en donkere kamers. Ik kom standbeelden zonder hoofd tegen en de muren zijn weer versierd met sierlijsten en figuren. Preah Khan is een groot complex gebouwd door koning Jayavarman VII en was niet alleen een tempel maar ook een boeddhistische universiteit en stad.

Op de fiets langs de tempels van Angkor
Spinnenwebben

Na 11 uur tempelen houden we het voor gezien en fietsen we terug naar het hotel. Ook vandaag dus geen zonsondergang in Angkor Wat. Terug in het hotel kunnen we het zweet van ons afspoelen met een warme douche. ’s Avonds eten we weer bij ons favoriete restaurant, Shadow of Angkor, met cocktails en shakes.

De laatste dag maken we er een rustige ochtend van en ontbijten eerst op ons gemak bij Shadow of Angkor met yoghurt, fruit, muesli en stokbrood. Dan beginnen we weer aan de ruim 13 km lange fietstocht met een zere kont en moeie benen. De eerste stop wordt de tempel bekend van de film Tomb Raider: Ta Prohm. Deze tempel is erg populair en dus ook druk. Net als Preah Khan is ook deze tempel gebouwd door koning Jayavarman VII, maar nu ter ere van zijn moeder. Het gebied buiten de tempel was een compleet bewoonde stad waar in de nu bosrijke omgeving, vele dorpen lagen met onderdak voor ruim 12.000 mensen. Het is wel een bijzondere tempel, niet qua stijl maar omdat er veel bomen en wortels zich meester hebben gemaakt van de gebouwen. Grote, witte tentakels kronkelen over gebouwen of grote stammen groeien op delen ervan. Veel van de tempel is een ruïne waardoor we vaak over grote blokken moeten klimmen. Er zijn nog een aantal mooie afbeeldingen te zien, maar onze ogen worden het meeste getrokken naar de natuur die de tempel probeert over te nemen. Het levert bizarre plaatjes op van bomen die op de raarste plekken groeien. Doordat er veel mensen rondlopen neemt het helaas wat van de charme weg.

Met de fiets rijden we verder naar Ta Keo, een grote piramidevormige tempel met steile en vooral smalle trappen. We trotseren de smalle treden om naar het bovenste niveau te komen. Bovenop staan we tussen de vijf torens van de tempel en kunnen we een stukje over de jungle uit kijken. Via een zandweg komen we uit bij een miniversie van Ta Phrom: Ta Nei.

Op de fiets langs de tempels van Angkor
Ta Keo

De tempel Ta Nei ligt verscholen in de jungle en is ook overwoekerd met planten, bomen en wortels. En het leukste is dat er geen andere mensen zijn, het levert ons een Indiana Jones-momentje op; we staan in de jungle bij een verlaten tempel. Ik hoor alleen de wind door de bomen ruizen en het vallen van de bladeren. In alle rust gaan we op onderzoek uit, we klimmen over rotsen, kijken in verlaten gebouwen en genieten vooral van de rust. Het is een kleine tempel en we zijn zo aan de andere kant. Hier wordt onze illusie wreed verstoord als we op een huisje met een bewaker stuiten. Weg Indiana Jones-gevoel. Wel maken we gebruik van het bankje om in de schaduw onze lunch op te eten met uitzicht op de tempel.

Op de fiets langs de tempels van Angkor
In de voetsporen van Indiana Jones bij Ta Nei

We fietsen verder naar twee tempels tegenover elkaar, de een staat in de stijgers. Chau Say Tevoda ziet er ook uit als een ruïne dus een restauratie zou niet verkeerd zijn. We nemen een kijkje bij de buurman Thommanon. Dit is nog een mooie tempel met vooral onbeschadigde en verfijnde afbeeldingen. Ook de toren en de daken zijn nog in goede conditie wat erg leuk is om te zien.

Dan komen we weer uit bij Angkor Thom. We rijden onder de grote toegangspoort met zijn vier gezichten door. Op dezelfde plek als gisteren stoppen we even voor een koele Fanta bij de gezellige dames. Daarna bezoeken we de Bayon tempel nog een keer. De vele gezichten van deze tempel zorgen voor veel foto-inspiratie dus lopen we een tijdje rond op zoek naar dé foto. Deze foto hangt inmiddels thuis aan de muur. Het blijft een indrukwekkende plek.

Als laatste bezoeken we de tempel naar waar dit heel gebied is vernoemd: Angkor Wat. Het is er heel druk en via een brug komen we het eerste deel van het complex binnen. De karakteristieke torens zien we al boven de gebouwen uitsteken. We lopen door het gebouw, dat lijkt op een aantal tempels die we al eerder hebben gezien alleen dat in een grotere versie. In de kamers en gangen zien we nog mooie bas-reliëfs. Het ziet er allemaal verfijnder en gedetailleerder uit dan wat we tot nu toe gezien hebben. Vanuit dit gebouw komen we op een tweede verhoogde weg uit dat naar het tempeldeel leidt. Deze weg is zo druk dat we ernaast over het gras gaan lopen. De vijf torens torenen prominent boven het tempelcomplex uit. Het is een groot complex met vele lagen en dus trappen, waar we dwalen door kamers en gangen. Ook hier vinden we nog mooie bas-reliëfs, de buitenkant is ook rijkelijk versierd. Het is een indrukwekkend complex, maar het is voor ons niet de tempel de tempels. Misschien door de enorme drukte of de vele tempels die we al eerder gezien hebben. Ook de geplande zonsondergang bij deze tempel gaat het vandaag niet worden. De hele dag is het al bewolkt, dat wel een aangenamere temperatuur oplevert, maar wel roet in het eten gooit voor de zonsondergang.

Dan zit het erop, de drie dagen van vele tempels bezoeken zijn voorbij. Alleen de verder gelegen tempels hebben we niet bezocht. Wat we mee terug nemen, zijn vele herinneringen van een kijkje in een ooit zo machtige beschaving. Zoals wel vaker, ben ik heel nieuwsgierig hoe het er allemaal uit gezien zou hebben toen het net gebouwd was. Zonder teletijdmachine moet ik het maar met mijn fantasie doen.

Op de fiets langs de tempels van Angkor
Bij Angkor Wat
Siem Reap, Cambodja
Januari 2007

Related posts